Zo verzorg je je geurkaars: schoon, egaal en langer branden
Share
Een geurkaars is een klein ritueel, en de kwaliteit zit in de details. Met een paar simpele gewoontes brandt je kaars schoner, egaler en langer, en haal je meer geur uit elke branduur. Hier is alles wat je hoeft te weten, van de allereerste keer aansteken tot de laatste laag was.
Begin met een goede eerste brandbeurt
De belangrijkste stap gebeurt meteen de eerste keer. Laat de kaars bij de eerste beurt zo lang branden tot de hele bovenlaag vloeibaar is, helemaal tot aan de rand van het glas. Was heeft een geheugen: stopt de eerste smelt halverwege, dan blijft de kaars daarna in datzelfde kleinere kringetje branden. Dat heet tunnelvorming, en het laat een dikke rand was ongebruikt achter. Neem er dus even de tijd voor. Bij een Insphirea-kaars is die eerste laag meestal na twee tot drie uur volledig vloeibaar.
Knip de lont voor elke brandbeurt
Knip de lont voor elke keer terug tot ongeveer een halve centimeter. Een korte lont geeft een rustige, stabiele vlam en veel minder roet. Een te lange lont geeft een grote, flakkerende vlam die roet afzet op de rand van het glas en de was sneller opbrandt. Doe dit als de kaars koud en de was hard is, dan breekt de verkoolde punt er schoon af zonder te kruimelen. Een klein schaartje werkt, een echte lontenknipper werkt nog fijner.
Brand de kaars uit de tocht
Zet de kaars weg van open ramen, deuren en ventilatie. Tocht laat de vlam alle kanten op bewegen, waardoor de kaars ongelijkmatig opbrandt en meer roet geeft. Op een rustige plek brandt hij mooi egaal naar beneden. Houd ook een oogje op de brandtijd: drie tot vier uur achter elkaar is prima, daarna is het beter om de kaars te doven en te laten afkoelen.
Doof met een dover, niet met je adem
Doof de vlam bij voorkeur met een kaarsendover in plaats van erop te blazen. Blazen jaagt hete was en rook de lucht in en verstoort de geur. Een dover legt de vlam rustig neer, zonder spetters en zonder rooksliert. Wil je alles bij de hand hebben, dan vind je een dover en een lontenknipper samen in de Candle Care Kit. In het artikel over het gebruik van je candle care kit lees je precies hoe je beide inzet.
Stop op tijd en bewaar de kaars goed
Brand de kaars niet helemaal tot de bodem. Stop als er nog ongeveer een centimeter was over is, dat beschermt het glas tegen oververhitting. Bewaar je kaars tussendoor koel, droog en uit direct zonlicht, met het deksel erop als dat erbij zat. Zo blijft de geur vol en verkleurt de was niet.
Waarom het bij deze kaars extra loont
Elke Insphirea-kaars is handgegoten in ons eigen atelier van 100% zonnebloemwas, zonder paraffine. Die was brandt schoon en gelijkmatig en is goed voor ongeveer 50 branduren. Met de stappen hierboven haal je die volle vijftig uur er ook echt uit, geurbeurt na geurbeurt. Meer weten over waarom we voor deze was kiezen? Lees waarom onze kaarsen van zonnebloemwas zijn.
Veelgestelde vragen
Hoe lang moet ik een geurkaars de eerste keer laten branden? Laat hem branden tot de hele bovenlaag vloeibaar is, tot aan de rand. Bij een Insphirea-kaars is dat meestal na twee tot drie uur.
Hoe kort moet de lont zijn? Ongeveer een halve centimeter, voor elke brandbeurt opnieuw. Knip als de was koud en hard is.
Waarom mag ik de kaars niet uitblazen? Blazen geeft rook en kan hete was doen spetteren. Een kaarsendover dooft de vlam rustig en houdt de geur zuiver.
Wanneer stop ik met branden? Als er nog ongeveer een centimeter was over is. Zo voorkom je dat het glas te heet wordt.
Klaar om een nieuwe favoriet te kiezen? Ontdek de warme geuren van de Reposea-collectie, de frisse kant van de Harmonea-collectie, of bekijk al onze geurkaarsen.